De site over het instrument alpenhoorn
 
De alpenhoorn
 
Het leren blazen

 
Het blazen op een alpenhoorn lijkt in hoge mate op het blazen op een koperblaasinstrument (trompet, trombone, hoorn, bariton/euphonium).
Voor het blazen op een koperblaasinstrument geldt ruwweg het volgende:
De een blaast binnen enkele minuten al een paar tonen, de ander doet er dagen over om er enig geluid uit te krijgen. Maar als het eerste begin er is en je een paar tonen uit het instrument kunt krijgen, dan gaat het pas echt beginnen. Je zult nog maanden nodig hebben om embouchure te ontwikkelen. Embouchure houdt in dat alle betrokken mondspieren voldoende geoefend zijn om de gewenste bijdrage aan het blazen te leveren. Maar ook dan ben je er nog niet. Het zal daarna nog geruime tijd kosten om alle tonen goed, zuiver en mooi aan te kunnen blazen.
De ventielen op een koperblaasinstrument maken het mogelijk ook alle tonen die tussen de natuurtonen in liggen te kunnen bereiken. Dan gaat de tijd aanbreken dat men muziek kan gaan maken met het instrument.

Voor een alpenhoorn gelden om en nabij dezelfde fasen.

Fase 1
Een of meer tonen uit de alpenhoorn kunnen halen.
Benodigde tijd: hooguit enkele dagen.

Fase 2
Voldoende embouchure ontwikkelen om de minder hoge tonen redelijk fatsoenlijk te kunnen blazen.
Dit zijn dan de natuurtonen C, G, C, E, G, (Bb-,) C.
Benodigde tijd: ca. een half jaar.
Oefenfrequentie: dagelijks 15 - 30 minuten.

De hoge tonen D, E, F+, G zullen pas in een later stadium gaan lukken.

Fase 3
Voortgezet dagelijks oefenen om alle tonen goed, zuiver, mooi en vol te kunnen blazen.
Benodigde tijd: nog ca. anderhalf jaar.

In totaal kan het dus zo'n 2 jaar duren voordat men redelijk kan blazen op een alpenhoorn. Deze termijn wordt ook door andere auteurs genoemd. In de hafabra-wereld komt dit redelijk overeen met de termijn van 2 jaar die staat voor het bereiken van examenniveau A.

Als men reeds een koperblaasinstrument bespeelt, is de stap naar een alpenhoorn veel gemakkelijker. De ventielen ontbreken, dus men heeft alleen te maken met de natuurtonen. Die kan men in principe wel blazen met het mondstuk van het eigen koperblaasinstrument, maar de kwaliteit van de toon laat dan in het algemeen te wensen over. Men zal toch moeten kiezen voor het mondstuk van een bariton of euphonium. De overgang op een ander mondstuk vergt een tijdje (zoiets van een half jaar) om een aangepaste embouchure te ontwikkelen.

Maar dat is niet enige! Veel belangrijker is het volgende verschil met een koperblaasinstrument:
Van de reeks natuurtonen C, G, C, E, G, (Bb-,) C, D, E, F+, G is op de meeste koperblaasinstrumenten voor de meeste spelers alleen de beginreeks C, G, C, E, G, (Bb-,), C bereikbaar. De hogere natuurtonen D, E, F+, G zijn door de kortere buislengte van het koperblaasinstrument te hoog om nog goed te kunnen blazen. Deze hoge reeks natuurtonen is nu juist wel mogelijk op een alpenhoorn vanwege de grote buislengte en ook onontbeerlijk, als men een eenvoudige melodie op een alpenhoorn wil blazen.
Echter, het blazen van de hoogste bereikbare tonen vereist uithoudingsvermogen, zoals elke koperblazer weet. Hier ligt het grote verschil met gewoon koperblazen!

© 2006 J. de Ruiter