De site over het instrument alpenhoorn
Trillingsleer: pijpen en frequenties
 
Toepassing op de jachthoorn
 
  
De parforcehoorn en de trompe de chasse zijn van oudsher deels cylindrisch deels konisch. Pas na 1680 kon men dunne konische buizen trekken. Langere hoorns waren voorheen alleen mogelijk als men het eerste deel van de hoorn cylindrisch liet. In de praktijk blijkt een deels cylindrische deels konische hoorn toch de bekende reeks natuurtonen te geven. Als vuistregel wordt wel aangehouden dat tenminste 1/3 deel van de buis konisch moet zijn.
Het hiervoor uitgevoerde onderzoek aan de alpenhoorn in E heeft wel duidelijk gemaakt dat ook voor de jachthoorn de kale theoretische modellen niet toereikend zullen zijn en dat de genoemde effecten van mondstuk en klankbeker ook een niet te verwaarlozen rol spelen.
Instrumentbouwers gaan dan ook in de eerste plaats empirisch en pragmatisch te werk en zelden op grond van theoretische afleidingen. Waar zij mee werken zijn proefmodellen, metingen, tabellen met maatverhoudingen, enz.
 
© 2007 J. de Ruiter